De orgels in de Goudse Sint-Jan

De 123 meter lange Goudse Sint Jan – de langste kerk van Nederland – biedt onderdak aan vier schitterende orgels.

Moreau-orgel

Het meest in het oog springt het monumentale hoofdorgel dat in 1732 in gebruik werd genomen. Orgelbouwer Jacob François Moreau mocht dit nieuwe orgel bouwen, ter vervanging van het vroegere Niehoff-orgel. Voor het destijds uitzonderlijk hoge bedrag van 47.652 guldens, 19 stuivers en 8 penningen bouwde Moreau een orgel met 52 registers, verdeeld over 3 klavieren en pedaal.

De orgelkas

Opvallend is het in zuidelijke stijl gebouwde orgelfront, waarbij de indeling van hoofdwerk, bovenwerk en pedaal in de architectuur van de hoofdkas niet zichtbaar is. Er bevinden zich dan ook geen kleine pijpvelden in het front, alleen de grote 16 voets pijpen van de hoofdwerkprestant. Opvallend zijn ook de overhoekse zijtorens waarachter zich het pedaal pijpwerk bevindt. Het basis ontwerp is van de Haagse architect Henrik Carré jr. Eerder had hij een schets gemaakt waarin wel kleine pijpvelden aanwezig waren, maar dat ontwerp gebruikte Moreau niet.De onderkas (het rugwerk) is een afspiegeling van de hoofdkas. Het beeldhouwwerk, het snijwerk en het stucwerk onder het rugpositief werden vervaardigd door de Goudse beeldsnijder Dirk van der Wacht.

Het orgel

Sinds de ingebruikname op 13 mei 1736 hebben vele orgelbouwers aan het Moreau-orgel gewerkt, zoals o.a. Hermanuss Hess (broer van de toenmalige organist en beiaardier van de St.-Jan, Joachim Hess), F.G. Heyneman, J. Mitterreither, N.A. Lohman (aan wie de huidige fraaie speeltafel is te danken), C.G.F. en J.F. Witte (van wie de huidige tongwerken zijn) en Fa. J. de Koff (die het Bovenwerk in een zwelkast plaatste). In de periode 1959-1960 werd het orgel door de Fa. D.A. Flentrop gerestaureerd en van 1976-1981 door Orgelbouw Ernst Leeflang. Momenteel is het orgel in onderhoud bij Orgelmakerij Gebr. Reil BV. Van 2012 tot 2016 is er een omvangrijke restauratie geweest van het pijpwerk in het Moreau orgel. Deze restauratie bestond uit twee fases. Begin 2012 is de winddruk in het kader van groot onderhoud terug gebracht naar de oorspronkelijk hogere druk van ca. 97 mm. De intonatie is aan deze nieuwe winddruk aangepast. De draag- en zeggingskracht zijn na deze ingrepen aanmerkelijk toegenomen.

Het betrof hier de labiaal pijpen. De tweede fase bestond uit restauratie aan de tongwerken en werd ook de werking van de zwelkast verbeterd.
Op de frontpijpen en de tongwerken na is er tamelijk veel pijpwerk van Moreau bewaard gebleven. Ook de huidige dispositie wijkt niet wezenlijk af van de oorspronkelijke, hoewel er natuurlijk ook tussentijds een aantal registers werden aangepast aan de smaak van die tijd. Ondanks het feit dat vele orgelbouwers hun sporen in het Moreau-orgel hebben achtergelaten, heeft dit fraaie instrument zijn elegante, barokke, enigszins zuidelijke karakter behouden. Ook de ingrepen die in de 19e en 20e eeuw hebben plaatsgevonden, hebben het karakter niet aangetast maar eerder verrijkt, zodat ook nu een groot gedeelte van romantische en hedendaagse orgelmuziek goed uit te voeren is.

Klik hier voor de dispositie.

Leeflang Koororgel

Omdat in het koor nog een orgel ontbrak, nam het Gouds Orgelcomité het initiatief om gelden bijeen te brengen voor een nieuw koororgel. Het werd gebouwd in 1974-1975 door Orgelbouw Ernst Leeflang uit Apeldoorn. Dit koororgel is gebouwd in nadagen van de Neo Barokke orgelbouwstijl. Aan de ene kant is de klank krachtig, helder en enigszins scherp. Aan de andere kant merk je ook dat er in die tijd een nieuwe “orgelwind” ging waaien. Er kwam meer aandacht voor grondtonigheid en zangerigheid.
Momenteel is het orgel in onderhoud bij de firma Slooff te Gouderak.

Klik hier voor de dispositie.

Mitterreither kabinetorgel

Sinds 2016 heeft de Sint Jan een Mitterreither kabinetorgel in bruikleen van de Stichting “de Wijk”. Voorheen stond het in de gehoorzaal van het Groene Hart Ziekenhuis. Bijzonder is dat Mitterreither ook in 1770 restauraties heeft verricht aan het Moreau orgel en dat er dus nu ook een door hem gebouwd orgel in de St. Janskerk staat.

Mitterreither bouwde dit kabinetorgel in 1779. In de ventielkast vindt men nog zijn signatuur. Het instrument is veelvuldig gewijzigd, zelfs tot een aangehangen pedaal toe. Het orgel heeft een laag liggende windlade met steker mechaniek. Mitterreither was waarschijnlijk de grondlegger van deze bouwmethode. Het kabinet is een eikenhouten rococo meubel en uitzonderlijk breed. Het heeft een driedelig front en houtsnijwerk. Kenmerkend is het labiumverloop van de frontpijpen: een horizontale lijn. Voordat het in de Sint Jan werd geplaatst, werd het gerestaureerd door Slooff Orgelbouw.

Klop kistorgel

In 2015 werd er een door Henk Klop gebouwd kistorgel geplaatst in de Sint Jan. Dit kistorgel is in de eerste plaats gebouwd om als continuo-instrument dienst te doen. Het orgel is echter zeker ook geschikt om solo manualiter-orgelmuziek op te spelen of gebruikt te worden als solo-instrument in combinatie met andere instrumenten of ensembles.